Roetpiet en de schoorsteenproef

  Algemeen
  , , ,
  1 reactie

Als je nu denkt dat dit gaat over Schoorsteenpieten die wel of niet zouden moeten mogen meelopen bij de intocht, dan heb je het helemaal mis! Dit stuk gaat namelijk over de relatie tussen schoolrijpheid en het geloven in Sinterklaas bij jonge kinderen. En je leert meteen een handig proefje waarmee je kunt vaststellen of je kind al toe is aan ‘de waarheid’ over de goedheiligman…

Alles voor zoete koek

Wie jonge kinderen heeft (of daarmee werkt) weet dat zij de meest fantastische verhalen over Sint en Piet slikken voor zoete koek. Zo hebben peuters en kleuters er geen enkel probleem mee dat Sint honderden jaren oud is en zijn paard Amerigo met gemak over het dak wandelt. En alle Pieten – dik, dun, groot en klein – laten zich moeiteloos door onze moderne schoorstenen zakken om de schoentjes te vullen. Het komt gewoonweg niet in ze op dat een Piet niet door de pijp past of dat – als dat toch zou kunnen – ze dan in de verwarmingsketel of de afzuigkap belanden (en hoe kom je daar dan weer uit?!). En poezen sluipen ook over de daken dus waarom zou het paard dat dan niet kunnen?

Tijd van het magische denken

Het is de tijd van het magische denken. Wij zeggen dat ze spelen, maar in hun beleving is het allemaal echt. “Als ik nou Sinterklaas was en jij was het kind…” Je kind zet een theemuts op zijn hoofd en hangt een handdoek om z’n schouders en op dat moment is het de Sint. En in het spel wat nu volgt, kan het veilig uitproberen hoe het is als je Sint tegenkomt. (En ga het dan alsjeblieft niet verpesten door meteen te roepen dat Sinterklaas niet bestaat en dat het allemaal een grote leugen is. Dat doe je tenslotte ook niet als ze kabouters en elfjes spelen.)

Naarmate je kind ouder wordt, verandert het spel. Er wordt wat meer nagedacht over alles wat er over Sint en Piet beweerd wordt. Het aantal vragen over wat nou eigenlijk wel en niet zou kunnen, neemt toe. En je voelt de bui al hangen: het zou dit jaar zomaar het laatste jaar kunnen zijn dat je kind nog in de goedheiligman gelooft…

Leren lezen: het begin van het einde voor Sint

Interessant genoeg is er een relatie tussen het moment waarop je kind aan lees- en schrijfonderwijs toe is en het moment waarop zijn geloof in Sint begint te wankelen. Een kind ontwikkelt zich namelijk in fasen en als het de sprong naar een volgende fase maakt, zal het ineens nieuwe dingen kunnen en over nieuwe inzichten beschikken.*

Volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet zijn er vier ontwikkelingsfasen in de periode tussen drie en acht jaar, de periode waarin het Sinterklaasfeest bewust beleefd wordt en de meeste kinderen nog hartstochtelijk geloven. In de vierde fase is het kind rijp om te leren lezen, schrijven en rekenen. Voor het gemiddelde kind is dit tussen de 6,5 en 8,5 jaar.

Logisch doordenken

De 4e fase is ook de fase waarin je kind het logisch doordenken onder de knie krijgt. Ik citeer:

Wim van bijna 7 heeft ontdekt dat Sinterklaas niet bestaat. De goedheiligman plaatst de cadeaus altijd in de bijkeuken. In verband met het vroegere stoken van de wasketel loopt er aan de wand een buis. Zijn doorsnee bedraagt 15 centimeter. Zijn ouders vertellen dat Piet door die buis kruipt om de cadeaus in de bijkeuken te zetten. Dat geloofde Wim tot voor kort gretig. Maar op zekere dag – buiten Sinterklaastijd – kijkt hij naar die buis. Hij vraagt zich af of papa daar, net als Zwarte Piet, doorheen zou kunnen. Als hij bedenkt hoe breed zijn vader is, komt hij al snel op het antwoord: ‘Nee!’. Maar, zo redeneert hij verder, als zijn vader niet door de buis kan, kan Zwarte Piet dat ook niet, want die zijn ongeveer even groot.
Bron: Naar school – psychologie van 3 tot 8 van Ewald Vervaet; ISBN 9789026319969.

Wim kan nu logisch doordenken:

Papa is breder dan de buis.
Papa en Piet zijn ongeveer even groot.
Piet is dus ook breder dan de buis.
Conclusie: Piet kan helemaal niet door de buis!

“O jee, kloppen de andere verhalen over Sinterklaas dan ook niet?!”

Doe de schoorsteenproef

SchoorsteenproefBen je benieuwd of jouw kind al in staat zou kunnen zijn dit zo te redeneren? Doe dan de schoorsteenproef. Deze is heel simpel:

  • Geef je kind een leeg vel tekenpapier en potloden.
  • Vraag je kind om een huis met een dak te tekenen.
  • Vraag je kind om een schoorsteen op het dak te tekenen.

Als de schoorsteen haaks op het dak staat zoals in het voorbeeld hiernaast, dan is je kind waarschijnlijk nog niet in de vierde fase beland en zal het nog heerlijk kunnen geloven in alle Sinterklaasverhalen. Pas als de schoorsteen rechtop geplaatst wordt, breekt de tijd van de ‘lastige’ vragen aan…

En maak je alsjeblieft geen zorgen als je kind misschien al 7 of zelfs ouder is!

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en waar sommige kinderen op hun 5e al kunnen lezen, zijn anderen hier pas rond hun 8ste aan toe. Ter geruststelling: mijn jongste zonen waren allebei echt laat met leren lezen (9 en 10 jaar) en beiden lezen nu met 14 jaar wekelijks minimaal één boek, vaak zelfs twee of drie.

Pietje Patricia

P.S.
Ik hoor je denken: “Ja, da’s allemaal heel leuk om te weten. Maar hoe zit het nou met die Roetpiet? Wat heeft die nou met dit hele verhaal te maken?!”

Een van de opdrachten in het Sinterklaas Surprisespel is om van elkaar een echte Piet te maken. Heel simpel: met een gebrande kurk of een stukje houtskool mag je dan fijn zwarte strepen bij elkaar in het gezicht zetten. Want Piet kan dus prima door de schoorsteen – dat heb je hierboven kunnen lezen. En hoe ziet hij er daarna uit?

Zwart als roet!


*) De ontwikkelingsfasen kunnen allemaal verklaard worden vanuit de neurologie: bij het aanbreken van een nieuwe fase hebben de neuronen (hersencellen) in het kinderbrein weer nieuwe verbindingen gemaakt. Deze verbindingen zijn nodig voor het leren van nieuwe vaardigheden en we zeggen dan dat het kind rijp is voor het leren van lopen, praten, fietsen, inkleuren, knippen, tellen, letters schrijven, klokkijken, woorden lezen enzovoorts. De kritieke fase waarin lezen, schrijven en rekenen mogelijk wordt, is geteld vanaf de geboorte de 14e fase. Deze vaardigheden worden kennisdomeinen genoemd. Een kind hoeft niet voor ieder kennisdomein in dezelfde ontwikkelingsfase te zijn. Vaak is er sprake van een overgangsperiode waarbij één voor één de vaardigheden die kenmerkend zijn voor een bepaalde fase binnen bereik komen. Je kunt dan ook niet aan de hand van alleen bovenstaande schoorsteenproef met 100% zekerheid bepalen of je kind wel/niet toe is aan lezen, schrijven en rekenen. Het is slechts een indicatie!

Het werk van Ewald Vervaet borduurt voort op het onderzoek en de theorie van Piaget over ontwikkelingsfasen.

Feedback

  Comments: 1

  1. Erica Ritzema


    Ewald Vervaet, een ware kindervriend!

Your feedback